Nadat het kasteel in 1698 herbouwd was, is met de aanleg van de tuin begonnen. De tuinen van Versailles waren tussen 1700-1725 de inspiratiebron voor het grondplan (de muren, grachten en lanen) van de tuin. Binnen deze structuur werd een formele tuin gecreeërd met geschoren hagen, vormbomen en steile taluds.
Aan het einde van de 18e eeuw raakt de Engelse landschapstuin in de mode en de tuin van Middachten werd op beperkte schaal aangepast aan deze mode. Hagen verdwenen en glooiende grasvelden en boomgroepen werden aangelegd.
Vervolgens hebben Graaf en Gravin Bentinck-van Heeckeren van Wassenaer in 1900 Hugo Poortman (een leerling van de Franse tuinarchitect E. André) opdracht gegeven weer een formele tuin aan te leggen. Hierin moesten echter wel aspecten van de Engelse landschapstuin bewaard blijven. De tuin werd toen zoals u hem nu ziet.
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog vond een sterke versobering van de Middachter tuinen plaats. Hierbij is onder andere de grote 'parterre de broderie' (een borduurwerk van sierlijke buxusheggetjes) opgeruimd. Ook andere onderdelen van de tuin verdwenen zodat de aanleg steeds meer gereduceerd werd tot een aaneenschakeling van grasparterres. Het oorspronkelijke grondplan is echter altijd intact is gebleven.
De grote restauratie van het kasteel in de jaren 1967- 1971 was de aanleiding voor het eerste herstelplan voor de tuinen. Begin van de jaren tachtig is een aanvang gemaakt met een renovatie waarvan u de resultaten nu kunt zien.
Interessante elementen in de tuin zijn behalve het openluchttheater met coulissen van taxushagen o.a. de rozenleiding met oude kleurrijke geurende rozen die klimmen langs een unieke treillage: een latwerk in rococostijl. In de tuinen vindt u ook zeldzame boomsoorten zoals de Libanon ceder en de Ginkgo biloba.




